Misverstanden over netwerken


“Heb je al een netwerk? Je moet gaan netwerken!” Niet elke starter heeft evenveel ervaring met netwerken. Bijvoorbeeld omdat ze altijd een vaste baan hadden, of omdat ze niet de aller-makkelijkste babbel ter wereld hebben.

Maar netwerken gaat gemakkelijker dan je denkt. Al was het maar omdat mensen elkaar graag helpen. 

 

1. Netwerken is een vies woord

Ooit rook het woord ‘netwerken’ naar vriendjespolitiek. Naar oude mannen met sigaren die elkaar baantjes gunden. Maar tegenwoordig heeft netwerken meer met ‘delen’ en ‘gunnen’ te maken dan met ‘inpikken’. Op een netwerkbijeenkomst tref je ondernemers die het leuk vinden om elkaar (op weg) te helpen. Zo raak je in gesprek met een fotograaf die een representatief portret van je wil schieten, in ruil voor een financiële advies. Of iemand kent wel iemand die jouw kennis van e-commerce goed kan gebruiken.

 

2. Voor netwerken moet je een makkelijke babbel hebben

Er is niet 1 manier om te netwerken. Netwerken is ook dat mailtje naar je oud-collega’s waarin je trots schrijft dat je voor jezelf bent begonnen. Netwerken is ook een onderhoudend gesprek met je achterneef die in dezelfde branche blijkt te werken. Maar netwerken is vooral: klanten tevreden stellen. Goed werk vertelt zich vanzelf door, makkelijke babbel of niet.

 

3. Netwerken is spijkers met koppen slaan

Als je denkt een nieuwe opdracht te scoren op een netwerkborrel, moet je wel een héél handige jongen zijn. Netwerken gaat over vertrouwen opbouwen, niet over speaking business. Er bestaan kleine netwerkjes van vakgenoten die eens in de maand op een vrijdagavond bij elkaar komen, waar het een taboe is om over werk te spreken. Want het is weekend. Maar na een jaar werven enkele leden uit het netwerk samen een grote klus. En na twee jaar schuiven de opdrachten regelmatig heen en weer.

 

4. Netwerken is net werken

Natuurlijk is netwerken werk. Maar sommige verjaardagsfeestjes ook. Het leuke van een netwerkbijeenkomst is dat je met iedereen wel wat gemeen hebt. Dat is meer dan je kunt zeggen van – eh- een bruiloft.

 

5. Netwerken doe je online

Iedereen kent wel iemand op LinkedIn die in no time 500+-vrienden heeft. Wees er niet van onder de indruk. Bij netwerken gaat het om de kwaliteit van je relaties, niet om de kwantiteit. Social media zijn handig om contacten te leggen, maar elkaar echt leren kennen doe je IRL. Als je elkaar in de ogen kijkt, heb je minder tijd om over een antwoord na te denken. Daardoor krijg je sneller een indruk of je van iemand op aan kunt. Overigens kun je je visitekaartjes best thuis laten bij een netwerkevent, want je nieuwe contacten voeg je direct na afloop toe aan je LinkedIn. Met persoonlijk berichtje, natuurlijk.

 

6. Netwerken doe je met een borrel op

Een van de bekendste netwerk-events begint wekelijks om kwart voor zeven ’s ochtends. Ja, ’s ochtends. Business Network International (BNI) organiseert wereldwijd lokale netwerk-ontbijt-bijeenkomsten. Ze plannen hun bijeenkomsten expres vroeg om alleen de echt gemotiveerde mensen over te houden. Het schept een band om zo vroeg in touw te zijn. Geen wonder dat ze elkaar opdrachten gunnen en elkaars werk bij anderen promoten. BNI is niet vrijblijvend, je betaalt behoorlijk voor het lidmaatschap.

 

7. Netwerken is voor wat hoort wat

Als ik jou tip voor een klus, tip jij mij dan? Fout! Dat is geen netwerken. Als jij persoon X een klus toespeelt, ga er dan niet automatisch vanuit dat je de dienst retour krijgt van X. Vertrouw erop dat jouw mooie gebaar via een (grote) omweg (ooit) weer bij jou terecht komt. Misschien niet via persoon X, maar wel via persoon Z. Help iemand en iemand anders helpt jou.

 

Bron: Z24.nl